Profiteer van het preferentiebeleid

Stelt u zich voor dat u bij de drogist staat. Daar staat een hele rij met verschillende soorten paracetamol. Welke soort kiest u? Waarschijnlijk de goedkoopste variant – de werking is immers hetzelfde. Een paracetamol is een paracetamol en de kwaliteit verschilt vaak niet. Op die manier kijken veel zorgverzekeraars ook naar medicijnen. Dat noemen we het preferentiebeleid.

Geen eigen risico
Goed dat de zorgverzekeraar wat geld overhoudt door medicijnen scherper in te kopen, maar wat wordt de verzekerde daar beter van? Bij de meeste zorgverzekeraars hoeven verzekerden de zogenaamde ‘voorkeursgeneesmiddelen’ niet zelf te betalen via het eigen risico. Dan kost een medicijn dus helemaal niets.

Op die manier profiteert de verzekerde direct zelf van het voorkeursbeleid. Helaas krijgt de consument nog wel te maken met zogenaamde terhandstellingskosten van de apotheker. Die gelden wel voor het eigen risico. Die zijn overigens nooit erg hoog.

Stof, in plaats van merknaam
Zorgverzekeraars hebben nu de afspraak met artsen dat zij de werkzame stof op het recept vermelden, in plaats van een merknaam. De apotheker kan dan voor het goedkoopste geneesmiddel met dezelfde werkzame stof gaan. Op die manier proberen verzekeraars de zorg betaalbaar te houden. Ook omdat deze medicijnen dus niet voor het eigen risico gelden.

Meerdere fabrikanten maken immers hetzelfde geneesmiddel, met dezelfde kwaliteit. De enige verschillen zijn de prijs van het medicijn en het doosje waarin het medicijn zit. Het is zeker niet zo dat zorgverzekeraars en apothekers troep voorschrijven om de kosten zo laag mogelijk te houden. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen heeft namelijk alle medicijnen getest en goedgekeurd als het gaat om de kwaliteit, de werkzaamheid en de veiligheid.

Uitzonderingen op het beleid
Veel verzekerden maken zich aardig wat zorgen over het beleid. Krijgen zij nog wel de juiste medicijnen? Gaat de kwaliteit niet ten koste van de drang om te besparen? En hoe zit het met allergieën voor een vul- of hulpstof van het goedkopere medicijn?

Gelukkig is er op iedere regel een uitzondering, dus ook op het preferentiebeleid. Een arts weet voor welke stoffen de patiënt gevoelig is. Daarom schrijft hij of zij ‘medische noodzaak’ op het recept. Dan krijgt u alsnog het duurdere middel vergoed uit de verzekering.

Dat houdt overigens wel in dat de kosten voor het medicijn volledig onder uw eigen risico vallen. Gaat het om een herhaalrecept? Dan raden wij het medicijn alvast van tevoren te bestellen als het eigen risico op is. Dat is toegestaan en het bespaart flink wat geld.

Wat is medische noodzaak?
Uw arts mag niet zomaar ‘medische noodzaak’ op het recept zetten. De zorgverzekeraar ziet een bepaald medicijn alleen als medische noodzaak als de verzekerde het geneesmiddel al eens eerder heeft gebruikt. Zorgverzekeraars vragen daarom apothekers dat te controleren.

Apothekers hebben het recht om alsnog met de arts te overleggen en een ander medicijn voor te schrijven. Deze wijkt dan af van het recept en dan krijgt de patiënt alsnog het goedkopere geneesmiddel mee.

Grote bedragen
De verschillen in de prijs van medicijnen zijn groot. Ter vergelijking nemen we het medicijn Lipitor. Dat is feitelijk het medicijn atorvastitine. Tot voor kort mocht alleen fabrikant Pfizer die medicijnen produceren. Maar die regel is geschrapt en nu mogen ook andere fabrikanten het medicijn tegen een lagere prijs aanbieden.

De fabrikant zelf maakt een doosje Lipitor voor ongeveer 33 euro. Daarnaast maakt men in dezelfde fabriek het medicijn nog een keer, maar de fabrikant zet dan geen naam op het doosje. Het medicijn wordt dus in dezelfde fabriek gemaakt, maar het heet dan geen Lipitor. Bij de apotheker kost het medicijn dan nog slechts 4 euro. Dat is de hele gedachte achter het preferentiebeleid.

Vorige artikel:

Volgende artikel: