Langdurige zorg goedkoper, maar bijna iedereen levert in

Verzekerden betalen straks minder voor langdurige zorg. Dat staat in de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Nu betaalde iedere werkende nog ongeveer 13 procent mee via het loonstrookje, maar dat verandert.

Gemeenten en verzekeraars
Langdurige zorg komt straks te vallen onder gemeenten en zorgverzekeraars. Nu kennen we nog de AWBZ, waaruit bijzondere en langdurige zorg vergoed wordt. Dat wordt in 2015 de Wet langdurige zorg (Wlz). Daardoor betalen werknemers via hun loonstrook straks nog 10 procent van hun inkomen.

Maar de kortlopende zorg (zoals een bezoek aan de huisarts) wordt duurder. De zorgpremie stijgt zo’n 120 euro per jaar en de premie komt daarmee uit op zo’n 1200 euro per jaar. Dat betekent dat de zorgpremie maar liefst 11,1 procent stijgt. Zorgverzekeraars moeten dan met elkaar concurreren om verzekerden, waardoor de prijs toch lager uit zou moeten vallen.

‘Rijke’ ouderen leveren in
Ouderen met een klein pensioentje blijven dezelfde koopkracht houden. Maar de ‘rijkere’ ouderen, verliezen zo’n tien tot vijftig euro per maand aan koopkracht, net als huishoudens met hoge zorgkosten. Verzekerden die een eigen bijdrage Wmo betalen gaan er fors op achteruit, zeker in vergelijking tot huishoudens zonder zorgkosten.

Dat komt doordat de Wtcg-korting van 33 procent op de eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf volgend jaar niet meer bestaat. Lagere inkomens verliezen daarmee een halve procent aan koopkracht. Grootverdieners gaan er ook verder op achteruit, doordat de eigen bijdrage afhangt van het inkomen.

Alleenverdieners gepakt
Gezinnen waarin twee personen of meer werken, gaan er licht op vooruit. Zij verdienen één of twee tientjes in de maand extra. Maar alleenverdieners worden zwaar getroffen.  Verzekerden die in de bijstand zitten, verdienen straks nog minder; zij gaan er enkele euro’s per maand op achteruit.

Alleenstaande ouders met 1 kind krijgen twee tientjes per maand minder. Paren in de bijstand met 2 kinderen of meer, gaan er juist iets op vooruit. Wie tussen de 25.000 en 40.00 euro per jaar verdient, verliest ook aan koopkracht.

Vorige artikel:

Volgende artikel: