Een ongeluk: en nu?

Wie met de auto de weg opgaat, heeft een verplichte autoverzekering. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Ook zonder auto is er een reële kans dat u bij een ongeluk betrokken raakt. Hoe zit het dan met de kosten voor de zorgverzekeraar? Aan zorg hangt immers een prijskaartje. Natuurlijk hebben de zorgkosten geen prioriteit, in het geval van een ongeluk. Maar veel verzekerden schrikken van de enorme bedragen achteraf.

Stel dat u een ambulance nodig heeft. Dan is het goed om te weten dat de kosten voor een ambulancerit te declareren zijn. Veel zorgverzekeraars vergoeden deze kosten vaak. Maar in sommige gevallen betaalt de verzekerde de ambulancezorg zelf. Het is maar net hoe de verzekerde haar zorgverzekering heeft geregeld.

De ambulancezorg kent drie soorten vervoer
A1 Rit: Denk bij deze soort van ambulancevervoer aan verkeersongevallen, verdrinkingen, ademhalingsstilstand of een hartstilstand. Dat zijn gevallen waarin er levensgevaar bestaat. Daarom moet de ambulance binnen vijftien minuten ter plaatse zijn. Zo’n spoedrit is duur, maar wordt in vrijwel alle gevallen door de zorgverzekeraar vergoed.

A2 Rit: Geen levensgevaar, maar wel directe hulp. Denk bijvoorbeeld aan een blinde darmontsteking. Binnen dertig minuten moet de ambulance ter plaatse zijn. In dit geval zal de verzekeraar het grootste deel vergoeden.

A3 Rit: Geen spoed, maar slechts vervoer.
Deze rit komt voor als een patiënt tussen twee ziekenhuizen moet worden vervoerd. Dat is geen spoedrit, dus heeft deze vorm van ambulancezorg geen prioriteit.

Niet met een ambulance, maar met eigen vervoer
Wie er voor kiest om niet met een ambulance naar het ziekenhuis te gaan, verliest zijn vergoeding. De auto en het openbaar vervoer zitten namelijk niet in het basispakket. Natuurlijk kunt u altijd proberen om de kosten te declareren, maar in vrijwel alle gevallen vraagt de zorgverzekeraar minimaal om een eigen bijdrage.

Voorbeelden daarvan:
– een nierdialyse in een instelling;
– oncologische behandelingen;
– rolstoelafhankelijken;
– verzekerden met een beperkt gezichtsvermogen;

Bij deze gevallen zal de zorgverzekeraar een vergoeding toekennen, maar zal er wel een eigen bijdrage gevraagd worden.

Geen eigen bijdrage
Bij gebruik van een ambulance, vraagt de zorgverzekeraar niet om een eigen bijdrage. Dat komt doordat de wet bepaalt dat de zorgverzekeraar geen eigen bijdrage mag vragen. Immers: u maakt alleen gebruik van een ambulance bij spoed. De (huis)arts bepaalt of een melding urgent genoeg is om een ambulance te regelen.

Eerst langs de huisarts
Voor minder urgente gevallen kunt u zich na een ongeluk melden bij de huisarts. De huisartsenzorg kent geen eigen bijdrage. De huisarts kan uiteindelijk altijd nog besluiten om toch door te verwijzen naar het ziekenhuis.

Naar de eerste hulp
De verzekerde die zich meldt bij de eerste hulp, krijgt met regelgeving te maken. Om gebruik te mogen maken van de diensten van de eerste hulp, is het noodzakelijk om een verwijzing van de huisarts te hebben. Iemand die zich meldt zonder verwijzing, moet 50 euro uit eigen zak betalen. Daar biedt de zorgverzekeraar geen vergoeding voor. Zo  wordt verspilling tegengegaan. Onnodige behandelingen worden op die manier voorkomen.

Eigen risico
Hoeveel eigen bijdrage iemand betaalt voor een behandeling, is afhankelijk van het eigen risico. Iedere verzekerde betaalt ten minste 350 euro eigen risico. Maar wie de maandelijkse kosten wil drukken, neemt een hoger eigen risico. Dat betekent ook dat, in het geval van een ongeluk, de verzekerde meer kosten zelf moet betalen. De zorgverzekeraar vergoedt dan het andere deel.

Vorige artikel:

Volgende artikel: