De zorgverzekering en de sociale partners

Ieder jaar kijken verschillende partijen opnieuw naar de inhoud van het basispakket bij zorgverzekeringen. De minister van Volksgezondheid is degene die uiteindelijk beslist welke behandelingen en medicijnen binnen de dekking van de basisverzekering vallen. Dat lijkt een zware taak, maar zij maakt deze keuzes niet alleen. Om de basis zorgverzekering niet te veel uit te kleden, zijn er verschillende commissies, colleges en andere adviesorganen of sociale partners die de minister helpen met haar keuzes.

College voor Zorgverzekeringen
Het College voor Zorgverzekeringen is de meest voor de hand liggende sociale partner van minister Edith Schippers van Volksgezondheid. Het College is ook meteen de instantie die namens zorgverzekeraars bijvoorbeeld achterstallige basispremies int. Niet alleen dat is een taak van het College voor Zorgverzekeraars. Zij onderzoeken ook welke medicijnen wel of niet voldoende aanslaan bij de behandeling van een bepaald medisch probleem.

Als dan blijkt dat een medicijn niet voldoende werkt voor een medisch probleem, kan het College voor Zorgverzekeringen het advies geven dat het medicijn geschrapt kan worden uit het basispakket, of tenminste vervangen. Maar de minister is niet verplicht het advies over te nemen.

Dat gebeurde bijvoorbeeld niet toen de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry vorig jaar uit het basispakket zouden verdwijnen. Het waren twee zeldzame ziektes met erg dure medicijnen, waarvan niet bewezen was dat de medicatie voldoende werkte om de ziektes tegen te gaan. Toch stuitte het idee om deze medicatie niet meer te dekken op zo veel weerstand, dat de minister besloot een apart bedrag te reserveren voor deze medicijnen.

Zorgverzekeraars Nederland
Een andere overkoepelende zorgorganisatie in Nederland, is Zorgverzekeraars Nederland. Het lijkt alsof Zorgverzekeraars Nederland misschien wat overbodig is, doordat het College voor Zorgverzekeraars er al is.

Echter, er zijn belangrijke verschillen tussen deze twee instanties. Zorgverzekeraars Nederland is de belangenorganisatie namens zorgverzekeraars. Het CvZ heeft meer een soort justitieel karakter, terwijl Zorgverzekeraars Nederland meer naar de wensen van zorgverzekeraars in Nederlands kijkt.

Een adequaat voorbeeld van deze sociale partner is bijvoorbeeld het oplossen van de zorgfraude in Nederland. Zorgaanbieders declareren soms te veel of behandelingen die nooit hebben plaatsgevonden. Zorgverzekeraars Nederland ziet zorgfraude als een probleem, omdat het zorgverzekeraars veel geld kost dit soort kosten te vergoeden. In dat geval kijkt de overkoepelende organisatie naar hoe een oplossing zo efficiënt mogelijk tot stand gekomen. Vervolgens kan het ook adviezen doorgeven aan de minister van Volksgezondheid. Dat doet de organisatie rechtstreeks, of het speelt een probleem uit via de media.

Huisartsenvereniging
In Nederland zijn er natuurlijk niet alleen maar instanties die de belangen van vergoeders van zorgkosten vertegenwoordigen. Er zijn ook instanties die aan de kant van de zorgaanbieders staan. Zij komen meer op voor de belangen van de patiënt, in plaats van de zorgverzekeraar. Het kan daardoor nog eens voorkomen dat de belangen van de patiënt lijnrecht tegenover het belang van de zorgverzekeraar komt te staan.

Het is wel belangrijk dat de minister ook luistert naar de wensen van de patiënt en de huisartsen. Huisartsen krijgen soms te maken met een hoge werkdruk, waardoor de kans op een verkeerde diagnose vergroot wordt. Bovendien is een bezoek aan de huisarts ook niet erg goedkoop. Daardoor is een samenspel tussen de patiënt, de zorgverzekeraar en de Huisartsenvereniging belangrijk.

Maatschappelijk middenveld
Er zijn nog veel meer instanties die mee mogen praten met hoe het zorgsysteem in Nederland eruit komt te zien. De hierboven genoemde instanties zijn nog maar een greep van alle sociale partners die in Nederland meebeslissen over de dekking van het basispakket van de zorgverzekeraar.

Een vage term die in de politiek vaak gebruikt wordt, is ‘het maatschappelijk middenveld’. Daarmee worden in principe alle betrokken partijen, instanties en belangenverenigingen die meepraten tijdens de onderhandelingen met de minister bedoeld. Toch kan het wel eens voorkomen dat het ‘maatschappelijk middenveld’ bepaalde maatregelen van de minister niet zit zitten.

Naar de Kamer
Als alle adviezen en voornemens zijn doorgesproken, kunnen de definitieve conclusies opgestuurd worden naar de minister van Volksgezondheid. Hij of zij bespreekt vervolgens de adviezen met raadgevers en stuurt de beste voornemens naar de Kamer. De zorgverzekeraars mogen niet zelf beslissen over wat zij vergoeden in het basispakket, maar mogen er wel een prijskaartje aan hangen.

Vorige artikel:

Volgende artikel: