De AWBZ verandert: wie zorgt er voor ons?

Het is de verzekerde vast niet ontgaan: per 1 januari 2015 verandert de zorg in Nederland. Jarenlang werd de zorg voor verstandelijk gehandicapten en chronisch zieken geregeld via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Maar aan die wet komt per 1 januari een einde. 

De gemeenten in Nederland en de zorgverzekeraars gaan taken overnemen die nu nog onder de AWBZ vallen. Daarmee moeten patiënten straks aanspraak maken bij de gemeente via de WMO, aankloppen bij de zorgverzekeraar via de Zorgverzekeringswet, of misschien toch bij het Rijk via de Wet langdurige zorg. Voor een normaal mens die zich niet dagelijks in deze materie verdiept, lijkt dit wat ingewikkeld. Daarom leggen we per zorg uit bij wie de verzekerde straks moet aankloppen.

Hervorming
De hervorming van de AWBZ naar andere wetten gaat gelden voor zo’n 800.000 patiënten in Nederland. De AWBZ valt per 1 januari 2015 uiteen onder de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de nieuwe Jeugdwet. Daardoor nemen andere instanties andere zorgtaken op zich.

De gemeente, de zorgverzekeraar en de overheid (de zorgkantoren van het CIZ) nemen de verantwoordelijkheden op zich. De Jeugdwet wordt met 70.000 mensen een verantwoordelijkheid van de gemeente. Dat geldt ook voor de zorg van 250.000 mensen via de Wet maatschappelijke ondersteuning.

De overheid neemt 280.000 mensen mee naar de Wet langdurige zorg, en de zorgverzekeraars zorgen voor 200.000 mensen via de Zorgverzekeringswet. Maar nu blijft de vraag: bij wie klop ik straks aan als ik zorg nodig heb?

Zorg nodig?
Het is een lastig te beantwoorden vraag bij wie de verzekerde moet aankloppen als hij zorg nodig heeft. Daarvoor moet eerst de vraag: ‘welk soort zorg heeft de patiënt nodig?’ beantwoord worden. Wie het spoor volledig bijster is, kan contact opnemen met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Eerst doen we zelf nog een poging.

Voor veel mensen komt er een overgangsregeling tussen de AWBZ naar de nieuwe wetten.

Wmo
Voor mensen die nu nog onder de AWBZ vallen, geldt dat zij per 2015 onder de Wet maatschappelijke ondersteuning gaan vallen. Zij houden hetzelfde recht op dezelfde zorg vanuit de AWBZ-indicatie. Die indicatie kan lopen tot uiterlijk 31 december 2015. Zorgbehoevenden moeten zich voor die tijd melden bij het Wmo-loket van de gemeente.

De gemeente kijkt dan samen met de patiënt welke zorg en hulpvoorzieningen er nodig zijn in 2015 of uiterlijk begin 2016. Voor mensen die beschermd wonen, geldt een overgangstermijn van tenminste vijf jaar.

Zorgverzekeringswet
Anderen zullen aan moeten kloppen bij de zorgverzekeraar, via de Zorgverzekeringswet. De overgangsregeling tussen de AWBZ en de Zorgverzekeringswet houdt in dat de zorgverzekeraars ervoor zorgen dat per 1 januari 2015 het recht op de persoonlijke verpleging en of verzorging vanuit de AWBZ meteen omgezet wordt naar de Zorgverzekeringswet. Een goed voorbeeld van een dergelijke situatie is bijvoorbeeld de wijkverpleging. Deze zorg valt per 1 januari 2015 direct onder de Zvw.

Wlz
Voor mensen die nu nog een AWBZ-indicatie hebben en die per 1 januari onder de nieuwe Wlz gaan vallen, zijn er verschillende afspraken gemaakt.

Wie nu in een instelling woont en een AWBZ-indicatie heeft, mag in die instelling blijven wonen. Voor mensen die een hoog ZorgZwaartePakket (ZZP) hebben, verandert er niets. Deze ZZP houdt in dat er intensieve zorg dichtbij nodig is. In dat geval voldoet de patiënt aan de voorwaarden van de nieuwe Wet langdurige zorg. De patiënt kan thuis blijven wonen en krijgt verpleging thuis, evenals het persoonsgebonden budget (pgb) en een modulair pakket thuis (mpt).

Wie een laag ZorgZwaartePakket heeft, mag zelf een keuze maken. Hij kan wonen in een instelling, maar mag ook thuis blijven wonen. Als de indicatie op uiterlijk 31 december 2015 afgelopen is, kan de patiënt zich wenden tot de gemeente of zorgverzekeraar, afhankelijk van de noodzakelijke zorg.

Patiënten die nu in kleine zorginstellingen wonen, mogen daar blijven wonen. Zij blijven onder de Wlz vallen.

De grootste zorgverandering geldt voor mensen die intensieve zorg nodig hebben, zonder verblijf. De zorg gaat in dat geval per 2015 naar de gemeenten of de zorgverzekeraar. In sommige gevallen is het mogelijk in een overgangsregeling terecht te komen. De jeugd- en volwassenenzorg in Nederland komt in aanmerking voor zo’n overgang. Wie hiervoor in aanmerking komt, krijgt van het CIZ een Wlz-indicatie, geldig tot eind 2015. In dat geval houdt de patiënt dezelfde zorg als in 2014. In 2015 wordt de situatie opnieuw beoordeeld, zodat in 2016 de zorg die nodig is verstrekt kan worden.

Vorige artikel:

Volgende artikel: