Apothekers en tarieven

Als je medicijnen gebruikt, heb je het ongetwijfeld wel eens meegemaakt: zelf moeten betalen voor medicijnen. Zonder vergoeding van de zorgverzekeraar. En dan lijken medicijnen opeens heel duur te zijn. De vraag: “Hoe komt de prijs tot stand?” komt dan al snel.

De prijs is vrij
Nederland kent een apothekerstarief. Dat houdt in dat de zorgverzekeraars vaste afspraken met verschillende apothekers hebben gemaakt. Daardoor kan de prijs dus per apotheek en per zorgverzekeraar verschillen. Er is een afspraak gemaakt over de maximumprijs. De apotheker mag een medicijn dus goedkoper dan de maximumprijs aanbieden. Maar niet duurder.

In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekeraar de medicijnen niet. De prijs is dan vrij. De apotheker heeft een eigen prijslijst. Dat komt ook voor bij mensen die niet verzekerd zijn.

Niet alleen de medicijnen kosten geld
Je betaalt niet alleen voor het geleverde medicijn. Apothekers kosten immers ook geld. Ze leveren diensten. Je vindt de kosten hiervoor terug onder de naam “farmaceutische dienstverlening”. Het tarief voor een herhaalrecept is bijvoorbeeld lager dan een nieuw medicijn, dat in het weekend moet worden klaargemaakt. Medicijnen op maat kosten ook extra.

Iedere apotheker bepaalt zelf de prijs. Het tarief is geheel afhankelijk van de maximumprijs, die met de zorgverzekeraar is afgesproken. Soms combineert de apotheker prijzen. Dat is toegestaan. Er zijn wel 24 tot 36 combinatietarieven mogelijk.

Heffingskorting
Soms heb je recht op zogeheten ‘heffingskorting’. Dat is nog een overblijfsel van meer dan een jaar geleden. Voor 2012 kenden apothekers namelijk een wettelijk vastgelegd tarief. De overheid verplichtte apothekers om korting te geven op alle receptmedicijnen. Dat was de zogeheten ‘clawback’. Apothekers moesten een korting geven van 6,82 procent. Zo kon er korting ontstaan van bijna 7 euro per geneesmiddel.

De heffingskorting is dus eigenlijk het vroegere clawbacksysteem. Het enige verschil is dat de korting niet meer wettelijk verplicht is. Het is het resultaat van de afspraken tussen zorgverzekeraars en apothekers.

Korting bestand 180
Ieder jaar bevriezen sommige verzekeraars (niet alle verzekeraars!) de prijzen voor medicijnen. Dat gebeurt jaarlijks op 1 oktober. De vergoeding voor medicijnen wordt dan vastgesteld. De vergoedingen voor medicijnen staan vast in het zogenaamde ‘Bestand 180’.

Als de prijs van een medicijn stijgt, is dat voor rekening van de apotheek. Dat is simpelweg een verliespost. Daar merkt de verzekerde overigens niets van.

Niet-WMG medicijnen
Er zijn een paar medicijnen die wèl een vergoeding kennen, maar niet receptplichtig zijn. Ze vallen niet onder de afspraken tussen verzekeraars en apothekers. De apotheker berekent dan een bepaalde procentuele marge op de inkoopprijs, om de medicijnen toch betaalbaar te kunnen houden.
Op de rekening zie je de kosten voor dit soort medicijnen terug als ‘niet-WMG’.

WMG staat voor Wet marktordening gezondheidszorg. In deze wet bepaalt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hoe de zorgmarkt zich moet ontwikkelen. De NZa houdt daar ook toezicht op. Deze instantie zorgt ervoor dat het belang van de verzekerde voorop komt te staan. Daar hoort ook het beheersen van de zorgkosten bij. Extra voordeel en extra bescherming voor de consument!

Vorige artikel:

Volgende artikel: